Kindertolk
Marguérite van der Linden

In het dorpje Tiggelen in Gelderland woonde kalkoen Kaatje op een pluimveebedrijf. Samen met duizenden andere kalkoenen. Kaatje was niet echt gelukkig, maar ook niet echt ongelukkig. Ze wist niet beter zullen we maar zeggen. Wat Kaatje helaas wel wist is dat de pluimveehouder niet gelukkig met haar was. Ze legde namelijk geen eieren.
Dat betekende dat ze er binnenkort uit zou vliegen, rechtstreeks de pan in. Nou ja, voor zover een kalkoen kan vliegen dan. Soms wel, als er paniek was in één van de hokken, fladderden de kalkoenen door elkaar en vlogen de veren in het rond...  
 
Op een mooie, vroege morgen bij het ochtendgloren nog lang voordat de andere kalkoenen wakker werden schrok Kaatje wakker. Droomde ze nu? Voor haar stond een prachtige pauw en de pauw zei; ‘Schrik niet lieve Kaatje maar je zult een gouden ei gaan leggen.’ Kaatje wreef in haar kraaloogjes en toen ze ze weer opendeed was de pauw verdwenen. Ach, ze had het toch gedroomd… Het kon toch niet… zíj een gouden ei leggen…,  ze kon niet eens een gewóón ei leggen...
 
Tegen het eind van het jaar was de keuring. Kaatje was bang. Het zag er naar uit dat ze in de pan zou verdwijnen. Ze had het erover met Koen, een haan waar ze het wel goed mee kon vinden. ‘Wat kan ik doen? Niemand wil mij hebben, omdat ik geen eieren kan leggen…’, zei ze verdrietig. Koen had wel met Kaatje te doen, hij vond haar erg lief en mooi en dat ze geen eieren kon leggen deed daar niets aan af.
 
Koen bedacht een plan. Ze zouden samen ontsnappen om ergens anders een nieuw leven te gaan opbouwen. Ergens met zijn tweetjes in plaats van met twintigduizend andere kalkoenen... Kaatje was een hele lieve bijzondere kalkoen en hij wilde wel altijd met haar samen zijn. Het idee alleen al dat zij binnenkort uit het hok zou verdwijnen was ondraaglijk. En stiekem hoopte hij, als Kaatje hier uit die hectische massale toestand weg zou zijn en meer rust zou krijgen, het met het eieren leggen ook wel goed zou komen.
 
En paar dagen later liep er een groepje mannen in keurige pakken rond in het bedrijf. De baas was duidelijk wat zenuwachtig. Koen begreep er niet veel van maar het was duidelijk niet pluis. Iedereen keek heel serieus en er werden allerlei geldbedragen genoemd. Kaatje werd uit het hok gehaald en van kop tot teen bekeken. Ze gilde het uit en de heren deden dan ook niet bepaald zachtzinnig met haar. Koen zijn hart brak; hoogste tijd om zijn plan te gaan doorzetten.
 
Een beetje zenuwachtig was hij wel. Zou Kaatje wel ja zeggen? Koen haalde diep adem en besloot die avond, als alle dieren op stok waren, zijn kans te wagen. Zachtjes snaterde hij, Kaatje …. Kaatje…  Hij zag dat  Kaatje haar mooie oogjes opende. Ze twijfelde… maar ze kwam van haar stok en liep zachtjes naar hem toe. Tsjé Koen,  wat is er, het is midden in de nacht! Straks komt de baas, we horen op stok te zitten! Koen legde zijn veer op haar snavel: 'Sssttt...' En zachtjes vertelde hij zijn plan. Kaatje keek een beetje ongerust. Het was een kans, maar ze was eigenlijk helemaal niet fit, ze was bang dat ze de laatste tijd veel te veel eten had gehad van de baas om haar goed vet te mesten, want ze voelde zich log en zwaar. Met het plan van Koen moest ze wel in goed conditie zijn. Maar ze keek Koen in zijn ogen en voelde dat het met hem samen goed zou komen, dus ze zei ‘Ja, ik ga met je mee’. Koen dacht na. Morgen kwam de voerleverancier, ze moesten zien dat ze op die vrachtwagen kwamen om al meteen een flink eind weg te komen.
 
De volgende dag namen Koen en Kaatje afscheid van de andere kalkoenen. ‘Goedemorgen’ , zei de voerleverancier tegen de baas. ‘Ook goedemorgen’ zei de baas terug. Meer tekst hadden de baas en de voerleverancier niet. Het ging al jaren zo. Koen en Kaatje hadden zich verstopt in het uiterste hoekje van de schuur waar het donker was. De zakken voer werden met de heftruck naar binnen gereden. Op een gegeven moment riep Koen: ‘NU!’. En hij sleurde Kaatje mee naar buiten. Rennen!!!! Ze renden naar de vrachtwagen en fladderden hoger dan ooit om in de enorme vrachtwagen te komen. In de vrachtwagen doken ze snel achter een pallet…  Pfff, stap 1 gelukt! Even later startte de motor en was de vlucht van Koen en Kaatje begonnen.
 
Na een uurtje stopte de vrachtwagen, nu moesten de kalkoenen zorgen dat ze ongezien weer uit de vrachtwagen konden komen. Spannend… straks zag de chauffeur hen en dan zouden ze allebei alsnog in de braadpan verdwijnen… dicht tegen de pakken aangekropen gingen de beide kalkoenen mee naar buiten en vlug verstopte ze zich eerst even onder de wagen. Hèhè, even op adem komen en toen; wegwezen!
 
Ze liepen de hele middag. Ze genoten ervan nu eindelijk lekker met zijn tweetjes te zijn en praten honderduit. Daardoor vergaten ze de tijd en schoten ze mooi op. Kaatje was moe, doodmoe. Ze leek wel ziek. Kaatje voelde zich ook heel blij om zo met Koen op stap te zijn. Maar ook voelde ze dat ze niet ver meer zou kunnen lopen. Koen had het wel in de gaten, kom lieverd, we gaan een slaapplek zoeken, we zijn ver genoeg van het bedrijf,  hier vinden ze ons echt nooit meer. Kaatje haar moeheid was in één klap over; hij noemde haar lieverd… dat had nog nooit iemand tegen haar gezegd. Ze was altijd die mislukte kalkoen geweest…
 
Ze zagen in de verte een vervallen huis; daar kunnen we vast wel een nachtje blijven. Ze versnelde hun pas; helaas bij aankomst bleken alle deuren op slot. Vol goede moed loepen ze door naar een oude schuur een eind verderop. Koen en Kaatje glipte naar binnen. Net toen Kaatje zich wilde neervlijen in wat achtergebleven stro stond er ineens een vos voor hun neus. Koen riep: ‘Wegewezen!’ En Kaatje strompelde zo goed en zo kwaad als het ging achter hem aan naar buiten. Koen pikte de vos waar hij maar kon en buiten gekomen trok hij Kaatje mee een boom in. Pfff. hier is het echt niet pluis… de vos bleef nog een tijdje onderaan de boom staan springen en grommen maar droop uiteindelijk toch af… Koen en Kaatje raakte wat in paniek. De zon ging al onder en er was nog steeds geen plek om te slapen… En honger dat ze hadden.  Kaatje zei niks meer, het kleine beetje energie dat ze nog had spaarde ze want het was duidelijk dat er nog geen plek was voor de nacht en ook geen eten. 
 
Ze sjokten samen verder. Was het wel zo’n goed plan geweest om te ontsnappen? Het huilen stond Kaatje nader dan het lachen. Toen schrok ze op uit haar gepeins omdat Koen riep; ‘Daar, kijk!’ In de verte zagen ze een lichtje. Daar was een boerderij. Daar zouden ze wel een plekje kunnen vinden. Met hun laatste restje moed liepen Koen en Kaatje in de richting van het licht. 
 
In de stal brandde nog licht. De boer keek wat raar op toen er ineens twee kalkoenen voor zijn neus stonden. Ze zagen er moe en verwaarloosd uit. Hij besloot meteen ze op te vangen. Hij gaf ze eten en bracht ze naar een rustig hoekje in de stal waar de koeien nieuwsgierig toekeken hoe Koen en Kaatje zich al snel nestelden in het stro.
 
Midden in de nacht werd Kaatje wakker. Ondanks dat ze zo moe was en nu veilig in deze fijne stal bij Koen,  had ze wat onrustig geslapen. Een vreemd gevoel in haar…. Wat gebeurde er …. En toen ineens moest ze heel hard snateren……. Ze schrok zelf van het lawaai in de doodstille nacht. Koen werd ook wakker; ‘Wat is er lieve schat?’ En toen zag Kaatje dat er een grote glimlach op zijn gezicht verscheen; ‘Kaatje… je hebt een ei gelegd!’ En toen keek Koen nog eens goed; ‘Kaatje, stamelde hij,  het is een gouden ei!!!’ 
 
Vol trots keken Koen en Kaatje naar het ei. Kaatje dacht aan de pauw. En ze snapte ineens waarom ze  de hele dag zo moe was geweest. Het gouden ei was wel drie keer zo groot als een gewoon ei!  Samen legden ze het ei in een oude kribbe die in de stal stond en Kaatje ging er trots op zitten broeden. Een os en een ezel kwamen dichterbij staan en hielden haar en het ei lekker warm. Schapenherders van een eind verder op kwamen op het licht af en waren ook vol verbazing over dit wonder.
 
De volgende morgen kwam de boer in de stal; hij geloofde zijn ogen niet; een gouden ei???? In zijn stal? 
 
Er was een extra nieuwsflits en alle pluimveehouders zaten aan de televisie gekluisterd. Er is een gouden ei gelegd door een kalkoen…. Een gouden ei? De pluimveehouders hoorden het ongelovig aan. … toch was hun nieuwsgierigheid gewekt en iedereen ging kijken naar het gouden ei. Het werd druk in de stal. Zelfs de koning kwam kijken. En ook een paar wijzen. Koen en Kaatje stonden er wat verlegen bij.
 
Het gouden ei veranderde de wereld. Dit kuikentje zal alle kalkoenen verlossen van het leven in gevangenschap. Pluimveehouders hebben het licht gezien; rust en ruimte zijn essentieel voor het welzijn van de kalkoenen; want dat geeft gouden eieren!
 
En elk jaar zullen we nog de geboorte van het Gouden Ei blijven vieren opdat we deze geschiedenis nooit vergeten.
 
 
Marguérite van der Linden
Kindertolk
 
 

© That is why 2015 - 2018 Algemene voorwaarden || VetArts